Op de kranen die onze werkplaats nu verlaten hangen geen kabellussen meer langs de ligger. Daar loopt een kabelrups: een gesloten ketting die de kabels meeneemt met de kat. Die overstap is niet in een vergadering bedacht, hij begon met een opdracht uit 2017 waarbij een vlakkabel domweg niet mocht.
Hoe het jarenlang ging: een vlakkabel in een C-rail
Van oudsher kreeg elke kraan een festoon kabelwagensysteem om het takel en de rijaandrijving te voeden en aan te sturen. Betrouwbaar, en relatief goedkoop. Een reeks wagentjes loopt in een C-rail, en daardoorheen loopt een vlakkabel die in lussen naast de ligger met het takel meebeweegt. Op talloze bovenloopkranen in Nederland hangt zo’n systeem, en het doet gewoon zijn werk.
De beperking zit in de kabel. Een vlakkabel moet zich in die lussen laten plooien, en dat kan niet elk kabeltype.

In 2017 dwong een GIS-room ons tot iets anders
Dat jaar kregen we de eerste opdracht voor het ontwerpen en produceren van een kraan voor een GIS-room. Een GIS-room, voluit Gas-Insulated Switchgear, is een strikt geconditioneerde en afgesloten ruimte in een hoogspanningsstation. Daar staan compacte schakelaars en transformatoren die met gas zijn geïsoleerd, vaak SF6, en die zetten de stroom om die windmolens op zee opwekken. Aan een kraan die daarbinnen moet functioneren worden zeer hoge eisen gesteld.
De bekabeling moest halogeenvrij, flame retardant en non-smoking zijn. Als vlakkabel was dat destijds niet te leveren. Er moest een bepaald type rondkabel in, en rondkabel hang je niet als lus aan een kabelwagen. Daarmee kwam de kabelrups in beeld, en voor die kraan bleek het de beste oplossing. Onze engineering heeft er sindsdien nog een aantal getekend, onder meer voor de energiesector.
Wat een kabelrups beter doet
De kabels liggen beschermd in de ketting. Er komt geen mechanische spanning op te staan, en de ketting dwingt een gecontroleerde buiging af, altijd dezelfde radius op dezelfde plek. Dat is precies waar kabels lang van meegaan, dus we verwachten er een langere levensduur van dan bij een festoonsysteem.

Daar komt bij dat het geheel veel compacter is en er verzorgder uitziet. Er hangen geen lussen meer rondom de kraan waar een last, een steiger of een collega achter kan blijven haken. In een hal waar het krap is, scheelt dat echt iets.
Onze monteurs zagen hun eigen voordelen. De montage gaat sneller, rondkabel laat zich makkelijker opbinden dan vlakkabel, en het neemt minder ruimte in.
Van uitzondering naar standaard
Meteen alles omgooien deden we niet. Het prijsverschil tussen beide systemen was in het begin nog behoorlijk, dus na 2017 kregen alleen de GIS-room kranen een rupssysteem. De rest bleef festoon, tenzij een klant er zelf om vroeg.
Daar kwam verandering in. Klanten gingen er steeds vaker om vragen, en de prijzen van beide systemen groeiden naar elkaar toe. Intern zagen we ondertussen bij elke kraan dezelfde voordelen terugkomen, in de productie en bij de montage op locatie.

De beperking zit in de hoogte van de ligger
Een kabelrups heeft ruimte nodig voor zijn buigradius. Het profiel van de kraanligger moet dus een bepaalde minimale hoogte hebben, anders krijg je de ketting er niet in kwijt. Bij hele lichte kranen met een laag profiel is die hoogte er simpelweg niet, en daar blijft het festoon kabelwagensysteem de logische keuze. Dat geldt ook voor een deel van de onderhangkranen.
Wat dit betekent voor je volgende kraan
Alles bij elkaar heeft ons doen besluiten dat de uitvoering met kabelrups vanaf nu de standaard is. Vraag je een nieuwe kraan aan, dan rekenen we die uitvoering door, tenzij de profielhoogte het niet toelaat. Je krijgt er kabels voor terug die beschermd liggen en langer meegaan, een kraan die er strakker uitziet en een montage die vlotter verloopt.
Speelt er een nieuwe kraan of een modernisering? Vraag een offerte aan, dan kijken we welke overspanning en welke profielhoogte je nodig hebt en of de kabelrups daarin past.